Archief van
Categorie: Bespiegelingen

De slaoliestijl, decadente illustratoren en de bekentenissen van een Leids model

De slaoliestijl, decadente illustratoren en de bekentenissen van een Leids model

 

 

Mischa! Pop-up, Itsme Marks 2017

De slaoliestijl, decadente illustratoren en de bekentenissen van een Leids model

Het is de enige kunstuiting die de krul tot sacrament verhief. Schoonheid werd een wedloop van een aantal gebogen lijnen. Deze kunststroming staat onder meer bekend als jugendstil en art nouveau.[1]

In de Lage Landen wordt ook de term slaoliestijl veelvuldig benut. In 1894 maakte Jan Toorop, in opdracht van een Delftse oliefabriek, een promotieposter. De term slaoliestijl raakte nadien snel in zwang.[2]

Hierbij laat ik het, want ik wil de grens over. De drang om twee Engelstalige illustratoren, die als apostelen de decadentie dienden, te bespreken kan ik namelijk niet langer bedwingen.[3] 

Om nu de gedachte te voorkomen dat in dit artikel de samenhang totaal ontbreekt, voeg ik er gauw aan toe dat beiden tot de parels der jugendstil behoren.

De beeltenissen van de in het Engelse Brighton geboren Aubrey Beardsley bezitten veel golvende lijnen. De inkttekeningen die hij maakte waren (bijna) uitsluitend in zwart wit. Zijn strijd tegen de rechte lijn is evident.[4] Beardsley verluchtigde boeken van Pope, Poe en zijn tijdgenoot Wilde.

   Salome, Aubrey Beardsley

Salome is de bijbelse femme fatale die Wilde dreef tot het schrijven van het gelijknamige toneelstuk. De illustraties bij dit treurspel bezorgden de tekenaar wereldfaam.[5]

Beardsley doorbrak de Victoriaanse zelfvoldaanheid. Hij wees op de geestelijke en emotionele armoede die schuilde onder de rijkdommen die driftig werden verzameld.[6]

Van kinds af aan tobde hij met tuberculose. Aan deze ziekte is hij in 1898 op vijfentwintigjarige leeftijd uiteindelijk ook bezweken. Hij stierf in de armen van de kerk valt te lezen in een aan hem gewijd overzichtswerk.[7]

Geruchten over zijn homoseksuele geaardheid waren er alom. Ook deed het verhaal de ronde dat hij een stormachtige verhouding had met zijn oudere zus Mabel, die als actrice door het leven ging. Dat zij voor hem als naaktmodel poseerde, is zo goed als zeker.

Desalniettemin werd Beardsley ook weleens aseksualiteit toegedicht. Dit laatste heeft hem echter geenszins weerhouden een stel uiterst scabreuze tekeningen te maken.[8]

Majeska was een Amerikaanse kunstenares die ik tot voor kort niet eens van naam kende.[9] Zij verzorgde nochtans de illustraties bij de romans van Daudet, Wilde en Louÿs.[10] De door haar vervaardigde tekeningen voor het legendarische modeblad Vanity fair vallen vooral op door hun verfijndheid.[11]

Ook al kon ik in universiteitsbibliotheken niets over haar vinden, dankzij Google books en Google heb ik toch iets over haar leven weten te achterhalen.

 Psyche, Majeska

Majeska werd geboren als Henriette Stern. Haar loopbaan begon ze als danseres. Daarna werkte ze als kledingontwerpster voor The Ziegfeld Follies, waar volgens ingewijden de mooiste meisjes van Amerika dansten.[12] In Hollywood moet ze filmregisseur Cecile B. DeMille als decorbouwster hebben bijgestaan.[13]

Een journalist van The Berkeley Daily Gazette schreef in 1936 dat ze sinds een paar jaar als binnenhuisarchitecte werkzaam was. Het heeft er alle schijn van dat ze voor elk nieuw beroep een andere naam aannam.[14]

Als illustratrice had ze een onmiskenbare voorkeur voor erotische gedichten en romans. Zo voorzag ze onder meer Psyche en Drie zusters en hun moeder van Pierre Louÿs van beeltenissen.[15]

Deze in het Belgische Gent geboren sensuele schrijver trouwde twee keer, maar zijn huwelijken weerhielden hem niet van talloze avontuurtjes.[16] Na zijn dood liet deze zinnelijke krachtpatser bovendien vierhonderd kilo erotica na.

Zijn streven was om populariteit te mijden en zo immoreel mogelijk te leven. Dit laatste is hem ontegenzeggelijk goed gelukt! [17]

Majeska maakte ook illustraties voor de autobiografie van Isadora Duncan. Deze Amerikaanse balletdanseres en choreografe blonk uit door haar buitengewoon vrijzinnige levensstijl. In haar werk streefde Duncan de bevrijding van het vrouwelijk lichaam na.[18]

Op latere leeftijd tekende en schilderde Majeska vooral in bed. Ook als ze bezoek ontving, ging ze hier mee door.[19] Ze stierf op achtenzestigjarige leeftijd. Majeska was toen getrouwd met Ephraim Adirs en had drie kinderen uit een eerder huwelijk.[20]

 

De slaoliestijl en de sleutelstad

Den Haag heeft Couperus als pronkjuweel als het om decadente schrijvers gaat. Haarlem kan bogen op Meijsing en Reve zag het levenslicht in Amsterdam.[21] Of Leiden zich mag beroepen op decadente auteurs, weet ik niet. Ik heb dit niet onderzocht en eventuele geruchten hierover hebben me nimmer bereikt.

Evenmin is het mij bekend of Leiden destijds illustratoren heeft gehad die hun werk dompelden in de slaoliestijl, eventueel ter ondersteuning van decadente schrijvers.[22]

Mischa on her way, Itsme Marks 2017

Wel weet ik dat in de sleutelstad pop-up model Mischa leeft en streeft. Met haar vervoerend silhouet voorziet ze deze oudste Hollandse studentenstad dagelijks van kleur en fleur.

De oogverblindende blondine heeft veel weg van een ontwerp in art nouveau. Het is echt alsof ze uit een werk van Majeska is gestapt. Zoals de beeltenissen laten zien heeft de Leidse kunstenares Itsme Marks haar er evenwel weer in geholpen!

Tijdens mijn gesprek met het model werd ik overweldigd door het verlangen de femme fatale in relatie tot de slaoliestijl haar als kwestie voor te leggen. Om hiertoe te geraken wilde ik allereerst haar onderdanen en ranke gestalte indirect te berde brengen. De vraag of Venus lange benen had, schotelde ik haar daarom bedachtzaam formulerend voor.[23]

Ik ben juriste, geen femme fatale. Met mijn benen loop ik niet weg; maar wandelen doe ik graag. Voor mij draait het leven veeleer om gerechtigheid. Het leven bestaat niet alleen uit lust en zintuiglijke sensatie. En kunst is trouwens meer dan schoonheid en decoratie!

Onder het genot van een glas wijn werd de dialoog nog een tijdje voortgezet. Ik was in mijn nopjes met het zojuist genoemd citaat. Zo’n cliffhanger had ik zelf nooit weten te verzinnen!

 

 

 

 The Yellow Book, Aubrey Beardsley
 Twins, Aubrey Beardsley

 Sappho, Majeska

Noten

[1] https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Jugendstil; http://www.kunstbus.nl/design/jugendstil.html; https://en.m.wikipedia.org/wiki/Art_Nouveau.

[2] http://jantoorop.com/biografie/; http://www.cultuurwijzer.nl/oud/i000713.html.

[3] Richard Gilman heeft een boeiend boek geschreven met als titel Decadentie. Een citaat hieruit wil ik de lezeres niet onthouden. Over Des Esseintes schreef Forster: ‘Was hij decadent? Ja, goddank wel. Ja, hier was tenminste weer iemand die de tijd nam om te voelen en te experimenteren met zijn gevoelens, om te proeven en te ruiken en boeken te rangschikken en bloemen in elkaar te zetten, en zelfzuchtig te zijn: zichzelf te zijn. R. Gilman, Decadentie (Amsterdam 1981) pagina 184-185.

[4] https://www.thefreelibrary.com/Beardsley+and+the+art+of+decadence%3B+Aubrey+Beardsley.+By+Matthew…-a060788352; http://www.telegraph.co.uk/culture/art/art-reviews/8129573/Aubrey-Beardsley-and-the-Book-Illustrators-review.html; http://www.wormfood.com/savoy/index.html; https://www.wikiart.org/en/aubrey-beardsley/all-works; http://theartnewspaper.com/comment/reviews/a-sickly-flower-of-decadent-london-on-the-work-of-aubrey-beardsley/.

[5] http://yalebooksblog.co.uk/2016/03/16/aubrey-beardsley-oscar-wilde-and-salome/; http://www.victorianweb.org/art/illustration/beardsley/primorac.html; https://www.bl.uk/romantics-and-victorians/articles/salome; http://www.elle.com/culture/movies-tv/a30815/femme-fatal-essay/; http://crimescandalspectacle.academic.wlu.edu/femme-fatale-in-literature/; J. Grossman, Rethinking the Femme Fatale in Film Noir: Ready for her Close-Up (2009) pagina 32.

[6] Osbert Burnett in: R. Gilman, Decadentie (Amsterdam 1981) pagina 147.

[7] A. Symons, The collected drawings of Aubrey Beardsley (New York 1968) pagina VIII. Ofschoon ik de uitdrukking hij stierf in de armen van de kerk prachtig vind, wil ik die toch relativeren. Ik zie de bekering van decadente kunstenaars eerder als een gebaar van excentrieke individualisten die pas tijdens hun ziekbed de collectiviteit omhelsden! Bovendien was deze geste bijna een garantie om als decadent kunstenaar in de geschiedschrijving te worden bijgezet.

Ik weet niet of Huysmans hierin de toon zette, maar hij deed het wel met overgave! Zie: htttp://www.cubra.nl/huysmans/bekering.htm;

Evenals Beardsley bekeerde Toorop zich tot het rooms-katholicisme. https://studio2000.nl/jan-toorop/#.WNZspejvLMJ.

[8] http://www.fontcraft.com/beardsley/abe.html ; https://www.wikiart.org/en/aubrey-beardsley/all-works; http://www.nytimes.com/books/99/02/21/reviews/990221.21vinct.html; http://www.newyorker.com/books/page-turner/the-faith-behind-aubrey-beardsleys-sexually-charged-art.

[9] De index van The romantic agony heb ik nauwgezet nageplozen. Zelfs in deze bijbel der decadenten wordt Majeska niet genoemd! Mario Praz, The romantic agony (Londen 1979).

[10] Zie boven de illustratie van Majeska voor Sappho van Daudet;  https://www.bl.uk/collection-items/the-picture-of-dorian-gray-illustrated-by-majeska; zie boven de illustratie van Majeska voor Psyche van Pierre Louÿs.

[11] https://nl.pinterest.com/Antonio71158/fashion-henriette-stern-majeska/; https://nl.pinterest.com/drmworksonpaper/madame-majeska-estate-prints/; zie de illustraties hieronder.

[12] https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Ziegfeld_Follies_(revue).

[13] https://nl.m.wikipedia.org/wiki/Cecil_B._DeMille.

[14] https://news.google.com/newspapers?nid=1970&dat=19360921&id=yDkyAAAAIBAJ&sjid=XuQFAAAAIBAJ&pg=2469,1792470&hl=nl; http://www.opinionatedlesbian.com/bulletin/opinionatedlesbian/archive/2006/02/14/4172.htmlDeze blogger heeft het blijkbaar niet de moeite waard gevonden onderzoek naar Majeska te doen door bijvoorbeeld de krantenarchieven eens goed door te nemen. Haar curieuze theorie dat Majeska Djuna Barnes zou zijn geweest, spreekt overigens erg tot mijn verbeelding.

[15] Zie illustratie hierboven.

[16] https://nl.wikipedia.org/wiki/Pierre_Lou%C3%BFs; https://www.geni.com/people/Pierre-Lou%C3%BFs/6000000021366018156; Bij zijn tweede echtgenote had hij drie kinderen. Zijn weduwe, Aline Steenackers, overleed in 1979.

[17] Nawoord Ed Schilders in: P. Louÿs, Drie zusters en hun moeder (Nieuwegein 1998) pagina 173.

[18] http://isadoraduncan.orchesis-portal.org/index.php/2014-05-22-20-56-24/2012-09-29-14-16-47/majeska; http://www.absofacts2.com/f/data/duncanisadora.htm/hayeksalma.htm;.

[19] https://books.google.nl/books?id=6EPgCgAAQBAJ&pg=PT104&lpg=PT104&dq=henriette+stern+majeska&source=bl&ots=kYC8lONoyX&sig=arBojdlwKc6MjRS2Yleo7iLl1rk&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwjZp-vi-b7SAhXD7hoKHRHpBWE4FBDoAQgfMAM#v=onepage&q=henriette%20stern%20majeska&f=false.

[20] http://www.drawingdreams.com/ANYSIDMadameMajeska.html.

[21] https://nl.wikipedia.org/wiki/Louis_Couperus; https://nl.wikipedia.org/wiki/Geerten_Meijsing; https://nl.wikipedia.org/wiki/Gerard_Reve.

[22] http://www.rondom1900.nl/Nederland-Leiden.html; http://rond1900.nl/?p=8589: Er zijn diverse Nederlandse illustratoren geweest die tekenden in de stijl van Beardsley, zoals uit bijgevoegd blog blijkt.

[23] https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/21180366; Tijdens mijn gesprek met het model liet ik om schimmige redenen een vraag naar de armen van de Venus van Milo achterwege. Liefhebbers van dit beeldhouwwerk en 3D technieken kunnen evenwel troost vinden door nu op de volgende link te klikken: http://www.independent.co.uk/arts-entertainment/art/news/just-what-was-the-venus-de-milo-doing-with-her-arms-10237376.html.

  Ontwerp voor      Gloria Swanson,     Majeska
Majeska
 Majeska
 Majeska
La grande bellezza, La dolce vita en dandyisme als illusionisme

La grande bellezza, La dolce vita en dandyisme als illusionisme

La grande bellezza, La dolce vita en dandyisme als illusionisme

Je bent 53, met een verwoest leven, zoals wij allemaal. Lees ons niet vol antipathie de les. Bezie ons met affectie. We zijn allemaal wanhopig. We kunnen niet anders dan elkaar aankijken, elkaar gezelschap houden en wat grapjes maken. Niet? 

Met deze woorden richt Jep Gambardella zich tot een vriendin in Sorrentino’s La grande bellezza. Toch zou het inzicht dat uit deze woorden spreekt eigenlijk voor iedereen moeten gelden, ook jongeren. Met wat geluk is hun bestaan nu nog niet verwoest, maar dat dit gaat gebeuren is zeker. C’est la vie!

In La grande bellezza laat Gambardella de kijker Rome zien en in het bijzonder een coterie van vrijzinnige mensen die al feestend de dood -en wellicht ook het leven met al zijn verdriet- op afstand willen houden.[1]

We leren hem kennen als hij zijn 65ste verjaardag viert. In zijn jeugd heeft hij een door critici geprezen roman geschreven. Ik zocht de grote schoonheid, maar die heb ik niet kunnen vinden zegt hij tegen een stokoude non die van hem wil weten waarom het bij die ene roman is gebleven.

Gambardella houdt van stijl en strooit met boutades. Hij onderhoudt de nodige vriendschappen en nachtbraken is zijn roeping en tevens zijn beroep. Hij is de chroniqueur geworden van welgestelde levensgenieters in Rome.

Is Gambardella een dandy? Hij heeft veel dat in zijn voordeel pleit… Maar behoort hij niet te zeer tot de fauna die hij beschrijft? Kortom, bezit hij voldoende distantie tot mens en wereld? Deze vraag laat ik als gedachte aan de lezeres.

De vraag wat iemand tot een dandy maakt, dringt zich op. Ik meen me te herinneren dat Karl Popper weinig zag in vragen die met wat begonnen.[2] Zojuist heb ik daarom nog eventjes gebladerd in zijn intellectuele autobiografie, maar ik heb hierover niets kunnen vinden. Toch heb ik het volgens mij ergens in zijn werk gelezen, maar waar is dus de vraag.

Ik heb overigens Popper nooit persoonlijk ontmoet. Bij twee afgezanten van hem op aarde heb ik echter college gevolgd, namelijk Joseph Agassi en Ernest Gellner.[3] Van Agassi weet ik nog dat hij een college wijdde aan de vraag wat een fraaie vraag is. Zijn antwoorden ben ik helaas vergeten, en mogelijk zijn die nooit goed tot me doorgedrongen, want door mijn sensualiteit was ik ongeschikt om college te volgen.

Dit schiet niet op, hoor ik nu een lezeres denken. Waarom vertel ik dit dan? Waarschijnlijk hoop ik zo indruk te maken. Niet iedereen komt uiteindelijk in contact met de academische jetset. Bovendien luister ik ook weleens naar anderen. Zo hield onlangs de Leidse schilder Frank Alblas me voor dat het geen kwaad kan op mijn blog af en toe iets persoonlijks te zetten.[4] Welnu, bij dezen!

Laat ik uit Poppers schaduw stappen en de vraag stellen of Gamberdella een dandy is. Om deze vraag te beantwoorden, betrek ik Baudelaire erbij. Deze negentiende-eeuwse dichtende drugsgebruiker flaneerde op de Parijse boulevards graag met een schildpad aan een riempje. Ik meen dat hij ook enige tijd zijn haar paars verfde. Baudelaire was iemand die zich wilde ontdoen van allerlei banden zodat hij in alle vrijheid kon leven en scheppen.[5] Hij schijnt daarom ook een vijand van nuttigheidsdenken en gebruiksvoorwerpen te zijn geweest.

Baudelaire geef ik als dandy vijf sterren, Gambardella krijgt er één van me. Een sensitieve socialite; deze typering lijkt mij echter passender voor hem. Dit personage wordt overigens prachtig vertolkt door Toni Servillo.

Zo eindigt het altijd. Met de dood. Eerst was er het leven. Verborgen onder bla, bla, bla, bla, bla. Gambardella worstelt met de vergankelijkheid. De dood spookt rond en in gedachten keert hij aldoor terug naar zijn jeugdliefde die inmiddels is overleden. Hij verlangt onmiskenbaar naar het leven en de schoonheid uit zijn jeugd. Zijn besluit een roman te gaan schrijven lijkt een bezwering van vergankelijkheid en verlies. Het heeft veel weg van het bestijgen van de Heilige Trap in Rome door een oude non die zo hoopt een aflaat te verkrijgen opdat na haar dood de hemel snel de hare zal zijn.

Alles ligt bezonken onder het gekwebbel en het kabaal. De stilte en het sentiment. De emotie en de angst. De bij vlagen luttele sprankjes schoonheid. En dan de akelige naargeestigheid en miserabele mensheid. Alles bedekt onder een deken van onbehagen over het zijn in de wereld. Bla, bla, bla, bla, bla. Elders is het elders. Ik hou me niet bezig met het elders. Moge deze roman dus beginnen. Tenslotte, het is maar een truc. 

Wie van deze onvoorstelbaar mooie slotzinnen en beelden (!) uit La grande bellezza wil genieten, moet eventjes op onderstaande link klikken.[6]

La grande bellezza en La dolce vita zijn beiden een ode aan de stad Rome, met een journalist als hoofdpersoon. In de film van Fellini wordt de vrouw uitbundig bewierookt, allereerst in de voluptueuze gedaante van Anita Ekberg.[7] In La grande bellezza is van een dergelijke vrouwenverering geen sprake. De sfeer is, wat dit aangaat, zakelijker en explicieter; de poëzie ontbreekt. Het leven is in La grande bellezza onttoverd. Dat is in La dolce vita naar mijn idee niet het geval. In Fellini’s meesterwerk is ook het mysterie van het bestaan allerminst verdwenen, dit in tegenstelling tot La grande bellezza.

De mens in al zijn bizarre facetten wordt door Fellini gekoesterd. Bij Sorrentino voel ik veel minder die liefde voor het leven. Zijn liefde gaat eerder uit naar de schoonheid en de kunst. Het is niet voor niets dat Gambardella weer gaat schrijven. In zijn nieuwe roman roept hij op indrukwekkende wijze een vervlogen wereld tot leven. Literatuur is ten diepste de kunst een fictieve wereld te scheppen die als veel intenser en waarachtiger wordt ervaren dan de alledaagse wereld. Hierin slaagt Gambardella voortreffelijk.

Ik sluit af met het antwoord op de vraag wat een dandy is. Het wezen van de dandy is zijn onwaarschijnlijkheid. Dandyisme is illusionisme als levenskunst. In feite behoort de dandy tot een fictieve wereld. Tenslotte, het is maar een truc.

Noten

[1]

[2] https://en.m.wikipedia.org/wiki/Karl_Popper.

[3] https://en.m.wikipedia.org/wiki/Joseph_Agassi; https://en.m.wikipedia.org/wiki/Ernest_Gellner.

[4] Wie bevriend wil raken met deze kunstenaar zie: https://www.facebook.com/frank.alblas?fref=hovercard.

[5] https://en.m.wikipedia.org/wiki/Charles_Baudelaire; https://www.archined.nl/2011/07/dwalen-voor-beginners.

[6]

 

[7]

 

Femmes fatales, dandy’s en de maalstroom der erotiek

Femmes fatales, dandy’s en de maalstroom der erotiek

Femmes fatales, dandy’s en de maalstroom der erotiek

Dorian d'Oliveira 2016.
Dorian d’Oliveira 2016.

I put a spell on you! In onderstaande video kunnen we het Bryan Ferry opzwepend horen zingen.[1] Deze muziekclip begint met een suggestief in beeld gebrachte heupwiegende vrouw. Haar uitnodigende bewegingen beloven geluk, roes en eeuwigheid. De aanzwellende muziek verleidt en versterkt het ontstane dionysische levensgevoel.

Het is evident dat door deze gecombineerde schoonheid de alledaagsheid wordt verpulverd. Het verlangen om te dansen dringt zich onbedwingbaar op. Vreugdevol wordt afscheid genomen van het praktische leven. De mystiek van het moment dient zich aan. Ineens maken we deel uit van ritmische abstracties. We zijn verlost!

Muziek, dans en schoonheid zijn kroonjuwelen van de erotiek, maar ik kan me hierin natuurlijk vergissen. Als filosofische flaneur schrijf ik maar wat, in het volle besef van mijn vele beperkingen. Ik ben overigens nu ongewild eventjes naar mezelf afgedwaald, maar om deze uitglijder goed te maken ga ik subiet over tot de bespreking van femmes fatales en dandy’s in het algemeen.[2]

Femmes fatales en dandy’s zijn architecten van hun eigen erotiek, maar tegelijkertijd zijn zij ook kwetsbare vlotten op de maalstroom ervan. De diepzinnige vraag of zij tevens elkaars psychologisch spiegelbeeld vormen, is uitermate intrigerend. Ik zelf heb geregeld de razende betovering ervaren van vrouwen die zichzelf hadden ontworpen als femme fatale. Plotseling valt het universum samen met een uiterst verleidelijke en erg onvoorspelbare vrouw.

Deze esthetisering en erotisering van het leven is verslavend en hallucinant. Twijfels over de zin van het bestaan, problemen met ouders of ruzietjes met vrienden zijn niet meer van belang. Dit alles mag op het conto worden geschreven van de femme fatale en haar magie. Zonder haar zouden het leven en de kunst volkomen verdorren. De fatale vrouw is zonder meer een goddelijke gift.

Ontegenzeggelijk zijn femmes fatales en dandy’s maatschappelijke buitenbeentjes die eerder als bedreigingen van de sociale orde worden ervaren dan als pilaren der samenleving. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld makelaars, bankiers en beurshandelaren. Sensualiteit en spel kunnen inderdaad zeer storend zijn. Er moet uiteindelijk ook geld verdiend worden.

Na deze nuchtere vaststelling ga ik graag met gezwinde spoed naar Rita Hayworth.[3] In de film Gilda vertolkt zij de rol van nachtclubzangeres die tevens als femme fatale het leven kleurt. In onderstaand filmfragment kan volop van haar worden genoten en alleen Droogstoppels en feministische puriteinen zullen dit ontkennen, of weten te problematiseren. Genotbestrijders zijn immers van alle tijden, maar gelukkig kunnen we ons altijd troosten met zang en dans van Hayworth.[4]

Femmes fatales en dandy’s putten uit duistere bronnen, lees ik weleens in academische geschriften.[5] Aangezien ik dankzij wat affaires, amourettes en verslavende liefdes gaandeweg enige zelfkennis heb opgedaan, kan ik dit volmondig bevestigen.

Een bespreking van geleerde denkbeelden over masculiene fantasieën en de femme fatale laat ik liever achterwege.[6] Dit is me gewoonweg te ingewikkeld, maar uit eigen ervaring kan ik zeggen dat ook een dandy goeddeels uit verbeelding bestaat, zeker mijn wezen. Waar al mijn fantasieën vandaan komen, heb ik tot nu nog niet precies kunnen achterhalen. Via dit blog laat ik echter subiet weten zodra ik hierover volstrekte klaarheid heb verkregen.

Ad fontes! Terug naar de duistere bronnen. Het spel van geliefden kan behoorlijk escaleren, zoals alles in het leven. Ook een zeer gestileerd en erotisch duet zal ooit verkeerd aflopen, want niets duurt eeuwig. Toch kan ik zeggen dat een verzengend duet met een femme fatale nadien zal worden gekoppeld aan het onvergetelijke besef echt geleefd te hebben. Wie de bekoring niet kent van de dionysische dans met een fatale vrouw heeft zijn eigen duisterheden en onbegrijpelijke tegenstrijdigheden nooit leren kennen.

De tegenpool van de femme fatale wordt door connaisseurs de femme attrapée genoemd. Dit vrouwtype is zachtaardig, zorgzaam en gespeend van duistere fratsen. Bovendien is zij niet gefixeerd op speelsheid en erotiek, maar veeleer op geld verdienen ter aflossing van de hypotheek en het aanvragen van toeslagen vanwege de kinderen. Zij zijn de supervrouwen van deze tijd.[7]

Als multitaskers worden zij door politici, bankiers en werkgevers aanbeden. Daarnaast worden de onvermijdelijke huishoudelijke twisten met haar spiegelbeeldige partner behoorlijk getemperd en verlicht door de aanschaf van een vaatwasmachine, wasdroger, bladblazer en zelfsturende grasmaaier. Wat de voordelen hiervan zijn voor het bruto nationaal product hoef ik ongetwijfeld niemand uit te leggen.

In een bepaalde optiek schijnt dit het ware bestaan te zijn. Een femme attrapée wordt daarbij bejubeld vanwege haar natuurlijke verschijning. De magie, gekunstelde erotiek en de speelsheid van de femme fatale zijn vervangen door efficiënt handelen om zo gepland mogelijk alles uit het leven te slepen wat er in zit!

Apart is wel dat over de femme attrapée op Google nauwelijks iets valt te vinden, in tegenstelling tot de femme fatale. De vraag naar wat waarlijk tot verbeelding spreekt, is evenwel te voor de hand liggend. Derhalve laat ik dit gegeven gaarne onbesproken.

 

 

 

 

Het vlot der dandy’s en femmes fatales

Het vlot van dandy’s en femmes fatales kapseist geregeld in de maalstroom der erotiek, zoals ook blijkt uit de onvolprezen Polanski film Bitter moon.[8] De balts van twee beeldschone actrices maakt evenwel veel goed. Althans, de kijker kan naar mijn smaak niet anders dan esthetisch genot beleven gedurende hun dans op Slave to love.

Volgens Nietzsche laat het bestaan zich uitsluitend esthetisch rechtvaardigen.[9] Dat is fraai en meeslepend geformuleerd en daarom heb ik weinig zin hem tegen te spreken of allerlei subtiele denkers te hulp te roepen die ethiek onderrichtend hun salaris verdienen. Ik verwijs liever naar mijn novelle Nachtengeltjes en driehoekjes!

In deze roman ravotten een femme fatale en een dandy naar hartenlust met elkaar. Een uitgebreide beantwoording van de vraag of dit ravotten volledig ontaardt, zou een fikse Leeswaarschuwing vergen. De eerste alinea’s van dit verhaal voeg ik in al mijn goedheid niettemin graag toe.

‘Hallo spaceboy!’ Haar stem klonk zwoel, vrolijk en vertrouwd. Daarna gaf ze drie kussen op mijn wangen waarbij haar boezem mijn bovenarm schampte. Tijdens het gekus gleden haar lange haren over mijn gezicht en rook ik een prikkelend parfum. 

‘Sorry, sorry, sorry,’ sprak ze luchthartig, terwijl ze haar lippenstift snel van mijn gezicht wreef. Vervolgens ging ze me voor naar de garderobe.

‘Hoe vind je mijn potloodrokje?,’ wilde ze weten waarbij ze haar hoofd even naar achteren draaide. Mijn bewonderende blik naar haar heupen ontging haar zodoende niet.[10]

Ook wil ik nog verklappen dat de heldin van deze roman bijzonder veel weg heeft van de Amerikaanse actrice Jayne Mansfield. Dit lijkt ongetwijfeld toeval, doch de noodwendigheid van dit alles mag niet op voorhand worden verworpen. Althans, zo denk ik er tegenwoordig over. Ik moet eerlijkheidshalve wel bekennen dat ik al weet hoe het verhaal afloopt. Dit maakt mijn oordeel van enig belang, zonder nu, of in de toekomst, gezaghebbend in dezen te willen worden.

Om geheel in de geest van boven genoemde novelle te eindigen verwijs ik hierbij naar een filmfragment waarin Mansfield zogezegd met menigeen een loopje neemt. The girl can’t help it![11]

 

 

Noten

[1]

[2]

Zie pagina 20 over het onderscheid tussen fat en dandy: De fat is dan ook geen echte dandy, hoewel hij wel de uiterlijke eigenschappen bezit, met het gevolg dat hij vaak ten onrechte voor dandy wordt aangezien. Waar er bij de drie oertypen sprake is van innerlijke beweegredenen om zich als dandy te etaleren, ontbreken deze bij de fat volkomen. Waar het dandyisme een uiting is van verzet, doet de fat zich in de meeste gevallen enkel als een dandy voor om hogerop te komen, door middel van het imiteren van de uiterlijkheden en de omgangsvormen van de dandy.; https://nl.wikipedia.org/wiki/Femme_fatale; https://lonewolfmag.com/femme-fatales-film-noir/; http://www.midnightpalace.com/articles/femme-fatale-the-black-widow-of-film-noir;  http://www.imdb.com/list/ls000109847/; http://www.imdb.com/list/ls000109847/; http://www.lib.berkeley.edu/MRC/noir/np05ff.html; http://journal.media-culture.org.au/index.php/mcjournal/article/view/1039; http://dictionary.cambridge.org/dictionary/english/femme-fatale.

[3] https://nl.wikipedia.org/wiki/Rita_Hayworth.

[4] https://en.m.wikipedia.org/wiki/Gilda.

[5] http://www.albany.edu/scj/jcjpc/vol8is3/snyder.html; http://www.lib.berkeley.edu/MRC/noir/np05ff.html.

[6] K. Wood, Zizek: A Reader’s Guide, zie: https://books.google.nl/books?id=0MQqU-AZnikC&pg=PT143&lpg=PT143&dq=de+femme+fatale+als+masculiene+fantasie&source=bl&ots=ztG38u2m4h&sig=ufLa_KkquS-5_3T7DAbhD2a5Nr4&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwjJ3bW5ld3QAhUHuhoKHUOMCTQQ6AEIHzAC#v=onepage&q=de%20femme%20fatale%20als%20masculiene%20fantasie&f=false.

[7] http://www.dbnl.org/tekst/_voo013200601_01/_voo013200601_01_0002.php, pagina 12.

[8] https://nl.wikipedia.org/wiki/Bitter_Moon.

[9] http://www.henkoosterling.nl/Hegelprop/prop5.html.

[10] Dorian d’Oliveira, Nachtengeltjes en driehoekjes, te verschijnen in 2018 bij Uitgeverij Aspekt.

[11] https://nl.wikipedia.org/wiki/Jayne_Mansfield; Dorian d’Oliveira, Nachtengeltjes en driehoekjes.

 

Vloeibare ego’s: Lord Byron en David Bowie

Vloeibare ego’s: Lord Byron en David Bowie

Vloeibare ego’s: Lord Byron en David Bowie

dsc05942

Bepalen we we zelf onze identiteit, of laten we dit over aan anderen? Deze vraag wordt zelden gesteld, maar in de praktijk door iedereen beantwoord. Veelal zijn het de traditie, de familie en in de ruimste zin het collectief die het individu scheppen. Men kan dit psychische proces de geboorte van de niemand in onszelf noemen.

Volgens bepaalde psychologen gaat het erom die niemand in onszelf te ontdekken. Dit klinkt erg verleidelijk, want vanuit dit niets valt er vervolgens zeker iets moois van te maken. Met niets bedoel ik trouwens een gestold samenraapsel van een stel culturele en biologische factoren. Dit om misverstanden over niets te voorkomen.

Heeft de dandy op eigen kracht de niemand in zichzelf gevonden en daarna met zijn individualistische estheticisme er een eigen draai aan gegeven? Is het derhalve terecht dat Max Beerbohm het dandyisme ooit typeerde als een der decoratieve kunsten?[1] Vanwaar de term vloeibaar ego in de titel? En wat is eigenlijk het verband tussen het vloeibaar ego en dandy’s als Lord Byron en David Bowie?

Deze diepzinnige vragen laat ik voor wat ze zijn. Die bespreek ik later nog wel eens, of misschien ook niet. Want het is hoog tijd om Byron te introduceren, zeker ook gezien de titel van dit stukje. Om te beginnen citeer ik gelijk maar eventjes iets uit zijn Childe Harold’s Pilgrimage:

I live not in myself, but I become

Portion of that around me; and to me

High mountains are a feeling.[2]

dsc05877Het is puur genot om te kunnen koketteren met kennis van poëzie! Daarnaast wil ik evenwel ook iets inhoudelijks kwijt over bovenstaande zinnen. De door Byron bedachte Harold is een jonge edelman die met zachte egogrenzen door het leven trekt en moeiteloos vervloeit met zijn omgeving. Dankzij zijn sensitiviteit verbindt hij zich gemakkelijk met mens en natuur. Of dit een zelfportret is van Byron, weet ik niet zeker.

Wel durf ik met zekerheid te zeggen dat Bowie zich in Blue Jean als Lord Byron laat aankondigen.[3] Deze als David Jones geboren kunstenaar grossierde tijdens zijn leven ook buiten het podium in personages. Die personages lijken een dusdanige greep op hem te hebben gehad dat Bowie hiermee samenviel, tot een nieuw personage de regie overnam. In dit opzicht schijnt hij geen wezenlijk ego te hebben bezeten, of het moet zijn chronische vloeibaarheid zijn geweest.

Op het podium leefde hij zichzelf uit in zijn personages. Bowie ging geheel op in de rol die paste bij de song die hij ten gehore bracht. De beelden van het door hem gezongen Hallo Spaceboy, samen met de Pet Shop Boys, laten dit goed zien.[4]

Het boeiende van dit optreden is tevens Bowie’s magistrale uitstraling. Neil Tennant, de zanger van de Pet Shop Boys, oogt plots als een verlegen misdienaar die in hemelse sferen verkeert omdat hij een demigod mag begeleiden.

Bowie’s feminiene look wordt in deze muziekclip geaccentueerd door zijn hoge hakjes en een oorbel. Dat hij kleurde naar zijn muzikale omgeving valt niet te betwisten, zeker als men de beelden van Hallo Spaceboy van hem met Nine Inch Nails voor ogen heeft. Zelfs met één nummer schiep hij voor zichzelf al personages! Hoewel het natuurlijk maar de vraag blijft of hij dit wel voor zichzelf deed…

Was voor Bowie niet alleen de kunst, maar ook het leven vooral een spel? Dit valt allerminst uit te sluiten. Door zijn kunst volledig met het leven te laten vervloeien en zijn leven (en dood) met de kunst, heeft hij zowel van zijn leven als van zijn kunst ontegenzeggelijk wel iets erg moois gemaakt.

 

 

Noten

[1] https://books.google.nl/books?id=lZR6sOboAukC&pg=PT12&lpg=PT12&dq=max+beerbohm+dandyism+as+one+of+the+decorative+arts&source=bl&ots=2XmMdJE4KU&sig=QMIAC55F7i_o4n43GpdPq2xEBu4&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwjkxPLTnv3PAhWFBBoKHXDzBB8Q6AEIITAC#v=onepage&q=max%20beerbohm%20dandyism%20as%20one%20of%20the%20decorative%20arts&f=false

[2] http://www.keats-shelley-house.org/en/works/works-lord-byron/lord-byron-childe-harold%E2%80%99s-pilgrimage

[3]

 

[4]

 

 

 

Erik of het klein insectenboek en de academische richtlijnen voor dandy’s

Erik of het klein insectenboek en de academische richtlijnen voor dandy’s

 

dsc01781

Vampier[1]

Dandyesk degengekletter (2)

 

Erik of het klein insectenboek

en de academische richtlijnen voor dandy’s

 

Erik Pinksterblom is de held uit dit veelgeprezen verhaal van Godfried Bomans.[2] Het knulletje ligt op een avond wakker met Solms’ Beknopte Natuurlijke Historie onder zijn kussen. De in dit boek beschreven insecten moet hij allemaal uit het hoofd leren vanwege een komende schooltoets. Onderwijl ligt het ventje te kijken naar de schilderijen in zijn slaapkamer. Mogelijk tot verbijstering van menig lezer verdwijnt hij plots in een van die schilderijen, toevalligerwijze een waarop diverse insecten staan afgebeeld.

De insecten in het schilderij blijken te leven en de afmetingen van mensen te hebben, alsmede verschillende menselijke eigenschappen zoals statuszucht en zelfingenomenheid. Dankzij zijn uit Solms’ Natuurlijke Historie verworven kennis weet hij gelukkig onmiddellijk veel insecten thuis te brengen. De insecten zijn stomverbaasd over zijn imposante kennis. Allengs komen ze echter tot niets meer en zien uit naar wat er bij Solms over hen staat geschreven. ‘Iedereen wacht op u om te horen hoe het moet’, zegt een mier tegen de jonge veelweter.[3]

Deze passage deed me denken aan het effect dat de academische richtlijnen voor dandy’s op mij hadden toen ik ze voor het eerst las.[4] Ben ik wel paradoxaal en ongrijpbaar genoeg? Neem ik mezelf niet te serieus? Dergelijke vragen drongen zich pijlsnel bij me op en een passend antwoord had ik niet paraat. Tot mijn geruststelling las ik wel dat dandy’s vlot kunnen veranderen zodra ze met stereotypen over zichzelf worden geconfronteerd. 

Dandy’s bewegen elegant! Dandy’s worden niet dik! Je bent dandy voor het leven![5] Dit laatste deed me denken aan dandyisme als beroep en als roeping. Hoe is het mogelijk dat werkelijk alles onder de levensernst van Calvijn en Kuyper -om maar twee zwaargewichten te noemen- wordt bedolven? Toch voelde ik, ondanks dit inzicht, ook ineens een loodzware last. Direct begon ik te denken in oplossingen, zoals een vervroegd pensioen voor dandy’s, gezien het zware beroep. Ook aantrekkelijke afvloeiingsregelingen kwamen bij me op, doch ik besefte rap dat door het wettelijk vastgelegd gelijkheidsbeginsel er geen enkele mogelijkheid tot steun te verwachten viel.

Desalniettemin is er wel degelijk een optie. Want gezien het besluit van paus Benedictus XVI om met emeritaat te gaan, zou je deze kerkvorst tot wegbereider kunnen maken. Waarom zou een emeritaat voor dandy’s nu ook niet tot de mogelijkheden behoren? Het ontslaat namelijk de oudere dandy van verplichtingen die nauwelijks meer zijn na te leven.  

Ik kan me overigens uitstekend verplaatsen in de academische scribenten over het dandyisme. Die auteurs zijn nu allemaal nog jong en leven derhalve in een eeuwig heden. Ik begrijp dit; het is ook mij overkomen. Maar als ik tegenwoordig opsta, ben ik stram. Mijn knieën knikken en bukken is een opgave.

Volgens de begin dit jaar overleden David Bowie is het interessante aan het ouder worden dat you become the person you always should have been.[6] Dit is een prachtige uitspraak en naar mijn idee niet eens ver bezijden de waarheid. Maar vervolgens zei hij in een interview ook nog dit: Make the best of every moment. We ‘re not evolving. We ‘re not going anywhere. The humanists’ replacement for religion: work really hard and somehow you’ll either save yourself or you’ll be immortal. Of course, that’s a total joke, and our progress is nothing.[7] Ik weet niet hoe Baudrillard dit zou oppakken. Is hier toch sprake van esthetisch nihilisme?[8] Welnu, een vraag voor ware specialisten.

Ik ga door met Bowie! In zijn songteksten en muziekclips geeft hij zijn geworstel met de vergankelijkheid en het ouder worden fraai vorm, zoals in Thursday’s  child, Never get old en The next day.[9]  De film The hunger, waarin hij met Catherine Deneuve een decadent vampierstel speelt, verwijst bovendien naar een bepaald thema dat de mensheid al erg lang boeit en waar het stokoude Gilgamesj epos eveneens verslag van doet. [10]

Ik laat deze grote vraagstukken en indrukwekkende wereldliteratuur even voor wat ze waard zijn en keer terug naar mijn kleine vertrouwde wereldje. Ik verheug me op de komst van de eeuwig jong ogende Wan Dunkler aan wie mijn verhaal Erna’s wereld, om niet nader te noemen redenen, is opgedragen. Wan denkt mij te kunnen veranderen! Ze zegt een barmhartige oplossing te bezitten voor mijn fysiek getob. Binnenkort komt ze daarom bij me langs, zo heeft ze me beloofd. Tot die tijd is het hoopvol wachten op Wan.

 

Noten 

[1] Zie: https://en.m.wikipedia.org/wiki/Vampire

[2] G. Bomans, Erik of het klein insectenboek (Amsterdam 2013; oorspronkelijke uitgave 1941). https://nl.wikipedia.org/wiki/Erik_of_het_klein_insectenboek_(boek)

[3] Bomans, Erik, 106.

[4] Zie bij Blogger, noot 1.

[5] Zie bij Blogger, noot 1.

[6] http://www.out.com/music/2016/1/11/david-bowie-obituary

[7] http://www.mirror.co.uk/3am/celebrity-news/david-bowies-most-poignant-quotes-7160990 ; https://m.youtube.com/watch?v=7NorNUMoewQhttp://www.azlyrics.com/lyrics/davidbowie/nevergetold.html.

[8] Zie dandyesk degengekletter 1.

[9] Thursday child. Zie: https://m.youtube.com/watch?v=10P7zqvRNDY ; https://m.youtube.com/watch?v=nKG3PcEJMJg ;

https://m.youtube.com/watch?v=7wL9NUZRZ4I&has_verified=1&layout=tablet&client=mv-google ; http://www.azlyrics.com/lyrics/davidbowie/thenextday.html

[10] The hunger, zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/The_Hunger; Gilgamesh epos, zie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Gilgamesj-epos.

Dandyisme als esthetisch nihilisme?

Dandyisme als esthetisch nihilisme?

Dandyesk degengekletter (1)

 

 rapiergevecht

Dandyisme als esthetisch nihilisme?

‘Dandyisme is esthetisch nihilisme,’ Aldus sprak ooit Jean Baudrillard.[1] Aanvankelijk kon ik me in deze opvatting probleemloos vinden. Ik ga per slot van rekening gemakkelijk mee in kritiek en fraaie uitspraken. Wat een diepe inzichten heeft deze postmoderne penseur toch, dacht ik vol afgunstige bewondering.

Gaandeweg kwam ik evenwel tot het inzicht dat hij het dandyisme in geen enkel opzicht heeft begrepen. Dandyisme staat voor het verlangen naar een esthetisering en erotisering van het leven. Het is ook een cultus van volstrekte individualiteit. Dandy’s zijn onnavolgbare ego-kunstenaars. Hun nadruk op spel, schoonheid en luchtigheid kunnen allerminst worden afgedaan als nihilisme.

In mijn roman Nachtengeltjes en driehoekjes staat het zoeken naar zingeving en waarheid centraal. Muziek speelt hierbij een grote betekenis, ook in het opwekken en cultiveren van gevoelens. De dandyeske hoofdpersoon fulmineert bovendien tegen de metafysica van de massa, zoals hij religie typeert. Hij verafschuwt groepsgedrag en voelt compassie met diegenen die anders zijn. Hij hunkert tevens naar liefdevolle verbondenheid, versterkt door de schoonheid, het spel en een passie voor cultuur. Zo zijn we ver verwijderd geraakt van de oneliner van Baudrillard! Zijn confectiedenken maakt van schoonheid en ethiek tegenpolen.

Dat schoonheid en ethiek doorgaans tegenover elkaar worden geplaatst, is evident. Toch is het een valse tegenstelling. Waarom zou een sensitiviteit voor schoonheid ethisch gedrag uitsluiten? Sterker, pop dandy’s als David Bowie en Bryan Ferry zijn altijd zeer actief geweest in het doneren aan goede doelen.[2] Van Baudrillard weet ik niets in dit opzicht, maar ik ga ervan uit dat hij niet in vrome preken is blijven steken, maar deze ook heeft gepraktiseerd.

Het wezen des levens ligt volgens Baudrillard, die blijkbaar de werkelijkheid als een te pellen uit opvat, in de ethiek. Hierbij wijkt hij weinig af van het christendom der kerkvaders en hun gepassioneerde afkeer voor schoonheid, genot en vrouwen. In de beleving van deze vrijgezelle kerkvaders stonden in het bijzonder vrouwen voor schoonheid en genot. In dit besef was de duivel vanzelfsprekend immer nabij!

Voor Baudrillard belichaamt ethiek diepzinnigheid en ware spiritualiteit. Een dandy is in zijn beleving dus een op uiterlijk vertoon gerichte figuur, gepreoccupeerd door lippenstift, mascara en eyeliner. Dit laatste durf ik overigens niet geheel tegen te spreken! Uitgerekend de dandy kan evenwel om zichzelf lachen, met al zijn triviale problemen als het gaat om uitgelopen mascara, of verkeerd aangebrachte lippenstift. Enigszins geamuseerd kan ik overigens vertellen dat ik me altijd erg verbonden heb gevoeld met het symbolisme, toch bepaald geen stroming die zich beperkte tot wat uiterlijkheden.[3] Doch dit terzijde. 

Heeft Baudrillard ooit om zichzelf gelachen? Ik denk het niet. Waarschijnlijk is hij nooit losgekomen van de confectiekleding, die zijn moeder hem al vroeg voorschreef. Misschien legde ze zijn confectiekloffie in de vroege ochtend al klaar voor de kleine Jean, die dit als braaf knulletje ongetwijfeld gezeglijk zal hebben aangetrokken alvorens naar school te gaan.

Nadien is hij met die confectiekleding vergroeid, temeer daar zijn maatschappelijke functies dit ook vast zullen hebben afdwongen.[4] Een van lippenstift voorziene Baudrillard viel vermoedelijk ook buiten de denkhorizon van deze indrukwekkende alchemist van het woord. Maar ondanks al zijn boeken over verloren betekenissen, mediacodes en verdwenen contexten is hij altijd keurig in de maat blijven lopen. Bij dit confectiedenken paste wonderwel zijn confectiekloffie.

Noten

[1]  Jean Beaudrillard, Simulacra and Simulations. XVIII. On Nihilism. Egs. edu Retrieved 16 February 2013. Jean Baudrillard – Wikipedia.

[2] https://www.looktothestars.org/celebrity/bryan-ferryhttp://borgenproject.org/david-bowie-imans-philanthropic-activities/.

[3] https://nl.wikipedia.org/wiki/Symbolisme.

[4] https://books.google.nl/books?id=30NDj3_0wmMC&pg=PA75&lpg=PA75&dq=baudrillard+over+dandyisme&source=bl&ots=CNdUnA-RXA&sig=bCx5xWa7xsAuOQ6X1be3uh10R8&hl=nl&sa=X&ved=0ahUKEwiFopfmzdLOAhVIfRoKHdtiApcQ6AEIHTAA#v=onepage&q=baudrillard%20over%20dandyisme&f=false.

 

Jean Baudrillard 2004.
Jean Baudrillard 2004.

 

 

Dorian d'Oliveira 2016.
Dorian d’Oliveira 2016.