Interview met romancier Frank Heine

Interview met romancier Frank Heine

Interview met romancier Frank Heine

 

Frank Heine schrijft vanaf 1985 gedichten en essays. Zijn debuutroman verscheen bij Aspekt in 2011 met als titel Meisterstück. Zand is inmiddels diens vijfde roman. Dit werk werd in de zomer van 2026 uitgebracht door Brave new books. De bekende boekblogger Mieke Schepens heeft onlangs een waardevolle recensie gewijd aan deze roman.[1]

In Zand worstelt de hoofdpersoon met het verleden onderwijl hij zich verliest in eindeloze overpeinzingen, alsmede intense gevoelens van falen en gemis. Het liefste zou hij alles in dit leven herschrijven! Ook in andere romans van Heine speelt het verleden een beklemmende rol, zoals in Een gat in de golven (Aspekt 2017).

De vraag of het verleden in de ogen van Heine een kwellende last is, drong zich tijdens het lezen van Zand gaandeweg bij me op. Valt onze geschiedenis te vergelijken met een reusachtige muizenval waarin elk individu gevangen zit?

Op mogelijk ietwat imaginaire wijze voerde ik in het op de Bemelerberg gelegen restaurant Papillon hierover een gesprek met desbetreffende schrijver. Daarbij genoten we van een schitterend zicht op Amby, het dorp waar Heine ooit het levenslicht zag.[2]

 

 

Don’t you forget about me. Deze zin uit een beroemde song van Simple Minds schoot me te binnen toen ik een tekst van je las. Ik begin met een voor de hand liggende vraag. Waarom schrijf je? Wat wil je met je verhalen, essays en poëzie bereiken?

Ik schrijf om te verbeelden wat ik in het dagelijks leven niet kan realiseren. De maakbaarheid van de wereld loopt niet synchroon met wat ik van de wereld hoop en ooit heb verwacht. Dat wat niet te leven is kan in ieder geval geschreven worden. Dat kan zijn het reiken naar iets dat tot geluk moet leiden, zoals levensvreugde of een vervulde liefde, maar ook het wanhopig zoeken naar troost bij het menselijk verdriet van alledag dat nu eenmaal in ons lot is besloten, meer nog dan het grote verdriet van de wereld. Lezen kan ook vreugde, geluk en troost bieden. Lees Henri Nouwen of, meer seculier, Michael lgnatieff.[3] Maar je eigen geluk of je eigen troost creëren door te schrijven is voor mij het beste.

 

 

Welke romans maakten in je adolescentie de meeste indruk op je? Heeft het exis-tentialisme in de tijd toen je in Frankrijk woonde en aldaar onderwijs genoot, vat op je gekregen? Vertel!

Mijn Franse tijd was kort en jong (zes tot tien jaar). Wanneer ik de schoolschriften van die jaren inkijk zie ik gevouwen blaadjes gekleurd papier met daarin getekende loodlijnen, daarnaast (zelf) geschreven triangle, rectangle, paralellogramme. In de marge heeft de onderwijzer mijn werk beoordeeld met ‘mediocre’. Leuker waren de kinderliedjes die ik leerde zoals Meunier tu dors, ton moulin va trop vite. (Molenaar, je slaapt, je molen gaat te snel) en fascinerend waren La Fontaine’s Fables die wij uit het hoofd moesten leren en klassikaal moesten opzeggen, gelijk de tafel van zeven… Nog steeds zeg ik Maître Corbeau et Maître Renard en La Cigale, ayant chanté tout l’été (De krekel, die de hele zomer had gezongen) uit het hoofd op.[4] En omdat de onderwijzer het zo’n mooi gedicht vond moesten we ook Paul Verlaines Chanson d’automne uit het hoofd leren.[5] Je weet wel, van Les sanglots longs des violons de l’automne blessent mon coeur d’une langueur monotone (Het trage, verholen geklaag van violen, om ’t jaar dat verglijdt, doorschrijnt mijn gemoed). Het kostte me een kwart van mijn leven om te ontdekken dat Rilkes Herbsttag mooier was.[6] En wat ‘langueur’ is moet ik steeds weer opzoeken.

 

 

Toen Jean-Paul Sartre, Albert Camus en Simone de Beauvoir hun grote werken schreven, publiceerde de uit Roemenië afkomstige Eugène Ionesco diens De rinoceros (1959). In dit toneelstuk veranderen mensen gaandeweg in neushoorns, ook degenen die zich aanvankelijk daartegen heftig verzetten. Eén man zwicht echter niet. Ik zal niet capituleren, zegt hij. Met deze zin wordt De rinoceros afgesloten. Dit toneelstuk kan worden opgevat als een kritiek op conformisme en totalitair denken. Het lijkt, naar mijn gevoel, een superbe schets van onze tijd. Hoe denk jij hierover?

Ik moet eerst terug naar Holland. Voorbij de HBS las ik Sartre en Camus die ik meende helemaal te begrijpen. Overigens las ik weinig maar er waren natuurlijk boeken die indruk op mij maakten. Herinneringen van Hadrianus van Marguerite Yourcenar en onlangs Waak over haar (2023). [7] Met dit boek won Jean-Baptiste Andrea de Prix Goncourt. Ontroerend vond ik ooit Woutertje Pieterse van Multatuli en Tsjip en De Leeuwentemmer van Willem Elsschot. Je ziet, een onduidelijk literair snoer, van ongestructureerd aangereikte literatuur.

Naar het schijnt werkte de negentiende-eeuwse schrijver Gustave Flaubert zo’n jaar of zeven aan een roman. Daarbij was stijl nagenoeg alles voor hem. Hoe lang doe jij over het schrijven van een roman? Is Flaubert trouwens een schrijver die je dierbaar is?

Ikzelf werk ruim twee jaar aan een roman. Het begint met vage beelden van sferen die nauwelijks te duiden zijn. Gevoelens van angst, geluk en teleurstelling gaan rond. Dan rijpt een verhaal en de ontwikkeling daarvan. Ik maakt een schema, maar dat wordt al snel losgelaten. Ik vereenzelf me sterk met het hoofdpersonage. Als schrijver lijk ik vrij te zijn in het bepalen van het verloop van het verhaal. Maar dat is niet helemaal waar. Soms neemt de protagonist als het ware het heft in handen en zie ik wel waartoe dat leidt. In Zand zal de lezer Roos steeds aardiger gaan vinden. Als Guus zegt dat J.P.’s dikke enkels komen door het vocht dat zijn lichaam vasthoudt, zegt Roos dat het wel meevalt. De Madonna-rol van Roos is al schrijvende ontstaan, evenals het einde. Een korte vergelijking van mijn romans wijst op de overeenkomsten in Een gat in de golven en Zand. De bitterheid van het verlorene bijvoorbeeld. Mijn roman De huisvriend zou ik ‘vrij werk’ willen noemen. Hemelzangen is een credo en de uitdrukking van de hoop op een nieuwe wereld. Mijn debuutroman Meisterstück beschouw ik als een eerste schrijfproeve van een roman, de minst geslaagde. Het is rommelig en structuurloos.

 

 

Luitjes die behoren tot de Europese elites lijken zich nauwelijks nog los te kunnen maken van hun achteruitkijkspiegels. Ik heb wel de indruk gekregen dat ze momenteel vooral zichzelf zien. Het ware leven is verdwenen achter beeldvorming, schuldverhalen vanwege iets van driehonderd jaar geleden, hoogdravende morele verhandelingen, regelbergen en apocalyptische visioenen. Hoe kijk je met dit voor ogen naar je eigen personages?

Ik kan hier van alles op antwoorden, maar gezien mijn ziekte zijn allerlei dingen minder belangrijk geworden, Dorian.

 

 

He heard the snow falling, like the descent of their last end, upon all the living and the dead. Deze magistrale slotzinnen uit The dead (1914) van James Joyce zullen je vertrouwd zijn. Waar het mij echter nu omgaat, is het verhaal. Hierin beseft een man hoe gering zijn betekenis altijd is geweest. Zijn vrouw verlangt nog immer naar haar jonggestorven lover. En ook al is hij vele decennia terug overleden, ze krijgt nog steeds tranen in haar ogen als ze over hem spreekt. Wil je hier nog iets over kwijt?

Hier geef ik geen antwoord op, of misschien wel. Alles wordt bij het ouder worden ook zoveel minder belangrijk!

 

 

Herinneringen uit het ondergrondse (1864) van Fjodor Dostojewski was voor mij een sensationele leeservaring. De mens als rationeel en nut nastrevend wezen wordt door hem als zienswijze gefileerd. Het is een blik op het volstrekt irrationele dat deel uitmaakt van homo sapiens. Met Heer der vliegen van William Golding had ik een vergelijkbare ervaring. In diens roman draagt de auteur een ontluisterend mensbeeld uit. Het kwaad zit diep in de mens, ook al denken mandarijnen in de Volkskrant vaak dat alle ellende in de wereld door Donald Trump wordt veroorzaakt. Mijn vraag! Heb jij ook boeken die nagenoeg reisgezellen voor je zijn geworden?

Misschien zijn er boeken die ik zou willen meenemen, maar dat is omdat ik ze toevallig (her) lees. Ik noem Villa des Roses van Elsschot, Vleugelman van Gé Vaartjes, 500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben (samengesteld door Ilja Pfeijffer en Gert Jan de Vries) en In Ballingschap (Adriaan Roland Holst). [8] Ach, het lijkt misschien veel, maar hoeveel blijft er niet ongekend en nooit ontmoet? Mogelijk neem ik niets mee, omdat ik het vergeet, of omdat mijn hoofd er niet naar staat.

 

 

Ik was onder de indruk van je gedicht Madelief toen ik dit voor het eerst las. Het kwam ook zo levensecht over. Maar even afgezien daarvan, welk gedicht van je is je het meest dierbaar? En wat vind je de mooiste poëtische zinnen die je schreef, tot nu?

Madelief ontstond een paar maanden na haar begrafenis. Het is een gedicht gebaseerd op eigen ervaring, evenals Begrafenis (met laatste zonlicht in de hoge ramen).[9] Die ene regel die de basis is van het gedicht (bijvoorbeeld: Intens gelukkig van een duin gegleden) is het geschenk dat maakt dat ik een gedicht kan schrijven. Ik ben niet kerkelijk en weet ook niet wat ik moet geloven. Toch speelt het transcendente een belangrijke rol in mijn werk in een mengeling van geloof, ongeloof en verbazing. Het schrijven van poëzie gaat me niet beter, maar wel sneller af. Een regel die me erg aanspreekt kan me uit de slaap houden, doen opstaan en schrijven. Schrappen, opnieuw schrijven, zoekend naar het juiste woord. ’s Anderendaags herlezen, opnieuw schrappen, dan schaven tot het af is. Dat duurt doorgaans drie dagen.

Je was geruime tijd redacteur van cultuurtijdschrift Bühne. In die hoedanigheid leerde ik je kennen, want ik schreef en schrijf nog steeds essays voor dit fantastische tijdschrift. Mijn laatste vraag! Heeft je redacteurschap inspirerend gewerkt? Ik bedoel, kom je in literaire vorm ooit nog terug op bepaalde culturele milieus in Nederland, of laat je dit verleden voor wat het is?

Ik heb genoten van het redacteurschap van Bühne. Perry heeft me daarin heel erg de vrije hand gelaten. [10] Maar je staat wel altijd ‘aan’. Het gedurende tien jaar redigeren en corrigeren van de lectuur die Aspekt meende te moeten uitgeven heeft me steeds beter doen inzien wat de moeite van het lezen & schrijven waard is en wat je tot literatuur zou mogen rekenen. Of ik nog terugkom op mijn redacteurschap? Ach, ik maak elke dag een wandelingetje met mijn buurman Berend. Dit kost me steeds meer moeite. De wandeling wordt steeds korter, met halverwege een noodzakelijke rustpauze op het muurtje.

 

 

 

 

Noten

[1] https://graaggelezen.blogspot.com/2026/08/ik-las-en-genoot-van-zand-geschreven.html.

[2] Amby werd in de loop van de twintigste eeuw ingelijfd door Maastricht.

[3] https://nl.wikipedia.org/wiki/Henri_Nouwen; https://nl.wikipedia.org/wiki/Michael_Ignatieff.

[4] https://nl.wikipedia.org/wiki/Fabels_van_Jean_de_La_Fontaine; https://www.lieder.net/lieder/get_text.html?TextId=469060.

[5] https://en.wikipedia.org/wiki/Paul_Verlaine; https://nl.wikipedia.org/wiki/Chanson_d%27automne; https://www.vertaaldegedichten.be/franse-gedichten/paul-verlaine/chanson-d-automne.

[6] https://www.facebook.com/hetmooiste.gedicht/posts/daggedicht-rainer-maria-rilke-1875-1926-herbsttag-herfstdag-herbsttagherr-es-ist/556784330077606/.

[7] https://nl.wikipedia.org/wiki/M%C3%A9moires_d%27Hadrien;  https://x.com/carolemadge/status/2043291318386880682. https://en.wikipedia.org/wiki/Watching_Over_Her; https://en.wikipedia.org/wiki/Jean-Baptiste_Andrea.

[8] Een biografie over Godfried Bomans.

[9]              Madelief

Met grote ogen, wie is dat nou weer,

volgt zij mijn stille binnenkomen

zij ademt snel, zo zal haar einde komen

ik weet, ik zie haar voor de laatste keer.

Zie verder: https://frankheine.nl/blog.

[10] Perry Pierik is eigenaar van Uitgeverij Aspekt en mederedacteur van Bühne.

 

Reacties zijn gesloten.